Waarom blijft een verhaal van de één wel bij je hangen en dat van een ander niet? Waarom blijft een verhaal van een uur je boeien en haak je bij het andere verhaal na vijf minuten af? Een avondje luisteren naar de verhalen van de bovenmeester van de popmuziek, Leo Blokhuis, over muzikanten die buiten de gebaande paden treden maakt veel duidelijk. De ingrediënten om je geen moment te vervelen zijn zonder twijfel: verhalen waarin de liefde voor muziek door klinkt, rare weetjes over vaak onbekende maar briljante muzikanten en passie om anderen te laten delen in wat jij hebt ontdekt. Voeg daar een handvol muzikanten aan toe die je rechtstreeks in je hart raken en je wil niet meer naar huis. Het concept is in al zijn eenvoud ijzersterk. Jarenlang speurwerk samengebald in een paar pakkende anekdotes. Verteld door iemand waar de passie voor zijn vak vanaf knalt zonder opsmuk of ego. Die pas rust als zijn publiek wordt geraakt en thuis gekomen die ene naam of dat ene onbekende bandje toch even gaat google’en. De bovenmeester had het over muzikanten die buiten gebaande paden treden. En vaak genoegen moeten nemen met de anonimiteit omdat de radio hun muziek niet draait. Maar zonder het te weten treedt Blokhuis zelf buiten gebaande paden met de manier waarop hij werkt. Geen voorspelbare, zoveel-in-een-dozijn one man show. Maar oorspronkelijkheid, puurheid en passie. Is dat niet waar het altijd om zou moeten gaan? Bij jezelf blijven, je geen zorgen maken wat een ander vindt van die puist op je voorhoofd, die misstap in je loopbaan of andere gebreken. Maar gewoon een paar anekdotes vertellen over wie je bent, waar je goed en ook helemaal niet goed in bent en wat je echt heel graag doet. Dat is genoeg om je te onderscheiden van al die anderen die doen alsof, plichtmatig opsommen wat ze kunnen en desnoods smeken om die baan.

Lef is nodig om te durven veranderen. Om te beginnen aan iets dat best spannend is. Maar lef brengt je misschien ook op een plek waar je het helemaal niet zo naar je zin hebt. En hoe kom je dan weer terug? En kun je het wel maken om hardop te zeggen dat je misschien wel niet zoveel lef hebt? Onlangs liet Talent4Care, dat talentvolle trainees in de gezondheidszorg plaatst, hun relaties tijdens een jaar’event’ wennen aan hoe lef voelt. Natuurlijk vertellen wij elk moment van de dag aan de ander dat we lef hebben belangrijk vinden om vooruit te komen. Dat alle verandering die van buiten komt, of dat nou van het kabinet of van een concurrent is, alleen fluitend kan worden tegemoet getreden als je lef hebt. Niet zeuren, lef hebben. Maar nadat wij elkaar op het event op allerlei manieren hebben laten zien dat we niet alleen energiek, optimistisch en talentvol zijn maar ook nog lef hebben, komt de aap uit de mouw. De eenvoudige vraag “lig je liefst altijd op dezelfde plek in bed?” laat zien dat we gewoontedieren zijn! 85% moet er niet aan denken om die gewoonte te veranderen. Diezelfde 85% predikt – terug op het werk – lef. Gelooft u het? Welnee. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Misschien is het besef dat lef hebben niet vanzelf gaat, nog wel belangrijker dan dat iedereen lef heeft! Als we begrijpen dat veranderen taai is en we ons bewust zijn dat daar lef voor nodig is, zijn we op de goede weg.